GON-symposium VLOK-CI
Gisteren was ik aanwezig op het “GON-symposium” van VLOK-CI in Leuven. Het is goed dat het thema GON-begeleiding op deze manier aandacht kreeg. Het aantal uren GON-begeleiding waarop een kind recht heeft afhankelijk maken van het dB-verlies is een belachelijke regel die terecht aangeklaagd wordt door Fevlado en VLOK-CI. Het is dan ook positief dat er vandaag aandacht aan werd besteed in de pers.
Ik heb echter wel een aantal bedenkingen bij de manier waarop het symposium georganiseerd werd, en de inhoud ervan. Zo was het een gemiste kans dat er geen enkele lezing of getuigenis in VGT was. Ook werd er teveel gefocust op de technische aspecten van GON-begeleiding (uren, eenheden, budgetten) en te weinig op de kwaliteit ervan, en op het feit dat bijvoorbeeld maar een kleine minderheid van de GON-begeleiders VGT kent. (Is die VGT-vaardigheid voor VLOK-CI nog een prioriteit?) Dove kinderen werden bovendien op geen enkel moment “doof” genoemd, maar “kinderen met een auditieve beperking”.
Het is onmogelijk om hier een heel verslag te doen van het symposium, maar ik wil er twee dingen uithalen die mij bijgebleven zijn: de oordopjes, en de lezing van Leo De Raeve.
’s Ochtends bij het binnenkomen kregen we naast een map ook twee oordopjes. Ik vond dat vreemd. “Misschien gaan ze iedereen vragen die de hele dag in te houden om beter te kunnen focussen op de VGT,” dacht ik nog, voor de grap. Mis. Bij aanvang van het symposium werd aan iedereen gevraagd om die oordopjes in te doen. Eén van de mensen van VLOK-CI begon op het podium het congres in te leiden. De tolk VGT mocht niks meer doen. Daar zaten we dan, ook de dove aanwezigen. Ik begrijp de idee, maar als ze denken hiermee de ervaring van een doof kind in het horend onderwijs voor te stellen, dan zitten ze er volgens mij toch ver naast. Bovendien: ik ben zo meer dan tien jaar naar school en unief geweest, en ik voelde me helemaal niet aangesproken. Maar het was nog niet gedaan.
Eén van de hoofdlezingen werd gegeven door Leo De Raeve. Het was mij niet duidelijk of hij sprak namens het KIDS of namens zijn zogezegd onafhankelijk informatiecentrum ONICI. De Raeve heeft immers in het verleden al bewezen niet altijd de meest objectieve conclusies te trekken, dus ik volg zijn lezingen met een kritisch oog. Dat is niet altijd makkelijk, omdat hij zijn publiek vaak overweldigt met cijfers en verwijzingen naar onderzoeken allerhande waar het CI meestal voordelig uitkomt. Als je geen enkele wetenschappelijke achtergrond hebt, dan neem je alles wat hij zegt makkelijk voor waar aan. Maar zijn discours vertoont vaak gaten, onvolledigheden en subjectieve conclusies. Een kleine selectie:
De Raeve verwees naar uitspraken van enkele “vooraanstaande dovenpedagogen” zoals Meyer & Leigh (2010):
For the first time in deaf education history, spoken language has become accessible as the first language for many, arguably the vast majority of profoundly deaf children.
Ik vraag mij af wat het dovenonderwijs dan al de voorgaande jaren, zelfs decennia, gedaan heeft. “Yeah, gesproken taal wordt eindelijk toegankelijk als de eerste taal van dove kinderen, nu kunnen we beginnen met ons werk!” De ganse periode sinds 1880 was voorbereiding ofzo? Generaties dove mensen zonder onderwijs die naam waardig? (Wie gelooft die mensen nog?)
De Raeve verwees verder naar de Nederlandse pedagoog Knoors, die vaststelt (verwijzend naar Marschark) dat er op dit moment onvoldoende bewijs is om daadwerkelijk uitspraken te doen over de effecten van bilinguaal onderwijs. “We hebben geen bewijs dat het werkt”, met andere woorden. Voorstel van De Raeve: dat we dan maar eens moeten gaan nadenken of er geen manier is om dove kinderen VGT als tweede of derde taal aan te bieden, bijvoorbeeld op woensdagnamiddag naar de dovenschool gaan om wat VGT te leren. Als dat voorstel er zou komen, dan zou dat het enige moment zijn waarop dove kinderen nog in contact komen met VGT. Want volgens De Raeve hebben horende ouders geen tijd om VGT te leren. Dat diezelfde ouders helemaal geen kansen krijgen om VGT te leren, dat laat hij compleet buiten beschouwing. Ouders hebben in Vlaanderen immers geen recht op verlof om VGT te leren (zoals in sommige Scandinavische landen), er zijn hier geen cursussen VGT op maat van ouders en veel ouders zijn door de medische wereld sowieso al gebrainwasht en ongeïnformeerd over VGT.
Met betrekking tot GON-begeleiding zei hij dat we eigenlijk weinig weten over “onze dove populatie” dove en slechthorende kinderen in het gewoon onderwijs. Hij verwees naar het onderzoek van Smessaert over het zeer lage welbevinden van dove leerlingen in het horend onderwijs. “Dit geldt inderdaad”, zo zei hij, “voor de 12 dove jongeren die werden bevraagd: 1 CI, 7 hoorapparaten, 4 geen apparaten; 4 kinderen van dove ouders en allen geïntegreerd na de lagere school”. Wat hij eigenlijk bedoelde: tja er heeft er maar eentje een CI en er komen er dan nog 4 van dove ouders en ze zijn niet vroeg geïntegreerd dus ja, geen verrassing dat die zich slecht voelen op een horende school. “We kunnen geen uitspraken doen over hoe het met AL onze kinderen is”, volgens hem, en voor de volledigheid vermeldde hij nog even dat, na verspreiding van het onderzoek van Smessaert, verschillende ouders van dove kinderen naar hem mailden: “onze kinderen voelen zich wél goed op school!” Die mails vormen dan plots wel een representatief staal van de dove leerlingen? Het is waar dat het onderzoek van Smessaert geen uitspraken doet over alle dove leerlingen. Maar al wel zeker over die 12, en het zou onethisch zijn niets te doen en te wachten in de hoop dat CI het beter doet of tot gesproken taal toegankelijk wordt, zoals het dovenonderwijs gedaan heeft.
Tijdens de pauze was ik getuige van een horende moeder van een doof kind die toestapte op de raadgever van de minister van Onderwijs. Ze vertelde dat haar dochter in de lagere school depressief was geweest omdat ze niet doof mocht zijn, omdat ze elke schooldag moest proberen zich zoveel mogelijk aan te passen naar horende normen, en daardoor crashte. “Dan mag je daar al de tolken en GON-begeleiders opzetten die je wilt, dat zal niks helpen”, zei ze. En dat is zo.Tolken en GON-begeleiders zijn op een bepaalde manier ook bliksemafleiders voor het echte probleem: dat er in Vlaanderen geen enkele onderwijsvorm is (binnen het gewoon onderwijs) waar dove kinderen doof mogen zijn.