Scènes uit Gent
Scène 1
Ik stap een telefoonwinkel binnen om een nieuwe gsm te kopen. Mijn (horende) vriend tolkt wat de man achter de toonbank me uitlegt over tarieven en dergelijke. Eerst vraagt de man of ik ook kan liplezen, en wanneer hij me een foldertje met informatie overhandigt, vraagt hij aan m’n vriend: “Kan ze Nederlands lezen?”
Scène 2
Ik zit op een terrasje een koffie te drinken. Drie kleine jongetjes komen het terras opgelopen en slurpen limonade. Mijn vriend en ik communiceren in Vlaamse Gebarentaal, en dat trekt natuurlijk direct hun aandacht. Ze komen af en toe naar ons en trekken gekke bekken of brabbelen mij iets toe en lachen dan omdat ik het niet versta. Daarna lopen ze terug naar binnen, om tien minuten later weer terug te komen. Mijn (horende) vriend vangt het volgende op:
Zegt één jongetje tegen het andere: “Ik heb het verteld aan de papa over die mevrouw!”
Zegt de ander: “Ja, maar de papa heeft gezegd dat ge daar niet mee moogt lachen!”
Scène 3
Woensdag was ik aanwezig op een politiek debat georganiseerd door de stad Gent naar aanleiding van de verkiezingen volgende week. Er was een panel met afgevaardigden van alle politieke partijen, ook Helga Stevens nam deel. Telkens nadat Helga iets gezegd had, zei de moderator van het panelgesprek tegen één van de tolken die vertaald had: “Dankuwel mevrouw, voor de ondersteuning”. Totdat Helga verontwaardigd tussenkwam. “Die tolk moet gewoon haar werk doen, niets meer en niets minder.”
Scènes zoals ik ze bijna elke dag meemaak, maar ik blijf me erover verbazen.
October 1st, 2006 at 9:46 am
Zijn inderdaad niet meer woorden bij nodig. Ik vroeg me af of je hier in Bristol in dezelfde mate dezelfde scenes meemaakte. Op het eerste gezicht lijkt hier wel meer algemene kennis en aanvaarding van dove personen en BSL, maar ik ben hier nog maar pas. Vertel eens :-)
October 2nd, 2006 at 8:27 am
Uhm…
Scenes zoals scene 1 en 2 heb ik nog nooit meegemaakt.
Erg raar, vooral dat van dat bekkentrekken, dat is toch ver uit de tijd!?
Ik merk wel dat als ik terug in Belgie ben ik er steeds aan moet wennen dat men maar moeilijk schriftelijke communicatie aanvaardt, en dat men hier echt niet bekend is met dovencultuur. In Finland stelt jan-op-straat zelf voor om te schrijven met gsm of pen en papier. Het lijkt er soms zelfs zo dat doof en sexy synoniemen zijn.
Ook termen als doofstom worden in België schaamteloos gebruikt, waarop ik dan steevast antwoordt “ik ben wel doof, maar niet stom”, waarop dan een welgemeend excuus volgt.
Mijn mooiste scene is die van in de luchthaven in London notabene, waar ik de man aan de balie duidelijk maak dat ik doof ben.
Waarop hij brutaal naar mijn handbagage wijst en roept “HIER!”.
Dat was vlak na de beroemde chaos in London wegens plannen tot aanslag met vloeibare stoffen.
Ik besloot zijn verantwoordelijkheid op mij te nemen en maande hem aan tot kalmte. “Calm down, breeze in, breeze out. I’m deaf. Can I help it?”
Een sorry en een zucht volgden van zijn kant en ik kreeg alle tijd en kalmte van hem die ik me maar kon wensen. We grapten zelfs wat af. Nooit een behulpzamer bediende gehad.
October 2nd, 2006 at 10:58 am
Prachtig verhaal van Sven. En die verhalen van Martja, ik denk dat heel wat doven vergelijkbare situaties wel kennen. Zo herinner ik me dat er ooit (ik was toen een jaar of 14, denk ik, dus vér voordat ik ook maar iets had geleerd over dovencultuur and so on) een auto naast me stopte. Het raampje aan de passagierskant gaat open, en de aldaar zittende dame brabbelt iets compleet onverstaanbaars. “Wablieft, mevrouw?”. Nogmaals hetzelfde gebrabbel. “Mevrouw, ik ben doof, zou u alstublieft rustig willen praten, dan versta ik u vast wel!”. De dame op de passagierszetel draait zich naar haar compagnon, de lippen bewegen op en neer, maar ik heb er geen idee van wat er gezegd wordt. Opeens kijkt ze terug naar mij, laat haar schoonste glimlach zien, draait het raampje terug dicht terwijl de auto al terug begint te rijden. En ik, ik stond perplex om zoveel onwetendheid.
En de tweede scène van Martja vind ik helemaal niet zo vreemd: mensen, en zéker kinderen, verbazen zich heel snel over iemands anders-zijn, en ze zijn vaak ook zeer fysiek in hun uitingen daarover. Durft één van ons met de hand op het hart zweren dat hij/zij nooit eens als kind gelachen heeft of heeft staan staren naar een persoon met een opvallend kenmerk, welk dat dan ook was (rood haar? rolstoel? blind? mongolisme?). Wat meer zorgen baart is de onwetendheid van de vader, wier reactie een zeker medelijden lijkt uit te stralen.
Het is vooral belangrijk wat er met zulke uitingen van onbegrip gebeurt: men kan zoiets bijsturen door bvb in dialoog gaan met dat kind, etc. Een dik jaar geleden zei een kind van 8 me op straat dat ik klonk “als een kip”. Ik heb zeker vijf minuten de slappe lach gehad. En nadien begon ik aan dat kind uit te leggen dat ik doof was, en voila… even later was dat kind weer wat wetenswaardigheden rijker, en hopelijk ook een andere attitude. Het is instinctief des mensen. Het verschil is dat wij cultuur hebben om met dat instinct om te gaan. Dat moet alleen op de juiste manier gebeuren.
October 9th, 2006 at 8:42 pm
Er is genoeg stof om “het leven zoals het is….” te vullen.
Het zou een interessant lectuur zijn om uit te geven aan een groot publiek…
March 24th, 2007 at 2:48 pm
of wat dacht je van deze scene…
je zit als horende dochter met je dove ouders op een terras, de ober komt en schuift een briefje onder je neus: gelieve deze zaak te verlaten, u stoort onze andere gasten…
echt gebeurd dus, maar ik hoop dat ik het nooit nog moet meemaken, want deze keer zal ik zeker en vast veel mondiger zijn!