Impasse bij bestuur Fevlado: een poging tot analyse
February 2nd, 2012Vorige week werd een “nieuwe” RvB en AV van Fevlado verkozen. “Nieuwe” omdat er eigenlijk niet veel nieuws aan is. De enige nieuwe gezichten in het bestuur zijn Raf De Ryck en André Lathouwers maar zelfs die laatste is niet helemaal nieuw want hij was eerder al eens voorzitter en is nu, zoals hij het zelf uitdrukt, “gerecycleerd“. Hij werd gecoöpteerd in de AV omdat er geen enkele kandidaat was om Filip Verstraete als voorzitter op te volgen.
Er is ondertussen op Facebook al heel wat ‘inkt’ gevloeid over het waarom van deze situatie. Hoe komt het dat er na het voorzitterschap van achtereenvolgens André Lathouwers en Filip Verstraete, die eerste terug van stal wordt gehaald wegens geen enkele andere jonge kandidaat? Hoe komt het dat er zo weinig nieuwe, jonge bestuursleden zijn? Hoe komt het dat er voor de RvB van het VGTC wel acht nieuwe dove kandidaten gevonden werden?
Een poging tot analyse. (Ik spreek hier voor de gemakkelijkheid over de “oude” en de “jonge” generatie. Met de “oude” generatie bedoel ik de generatie die op dit moment het grootste deel van de RvB en AV van Fevlado uitmaakt, dus mensen tussen de 40 en 55 ongeveer. Ik bedoel hiermee niet dé RvB of AV van Fevlado, maar de leeftijdsgroep in het algemeen. Met “jonge” generatie bedoel ik vooral mensen van mijn eigen generatie, dus midden-late 20, begin 30. Uiteraard zijn er binnen elke leeftijdsgroep uitzonderingen.)
1° Generatiekloof: verschillende generaties hebben verschillende visies op hoe bepaalde dingen aangepakt en voorgesteld moeten worden. Dat is voor een deel heel begrijpelijk, de oude generatie groeide immers op in een andere tijd en binnen een totaal andere context. Zij houden vast aan bepaalde verworvenheden die verkregen zijn binnen een handicap-kader, bvb. tolkvoorzieningen en bepaalde uitkeringen, en zijn bang dat als het kader verandert, ze deze verworvenheden zullen verliezen. Voor de jongere generatie is dat soms moeilijk te begrijpen. Zij willen uiteraard tolkvoorzieningen etc. behouden, maar hebben een andere mening over andere handicap-gerelateerde dingen zoals uitkeringen, en zien meer voordelen in een talig-cultureel kader. Ze willen zelf het kader bepalen en niet de overheid dat laten bepalen. De jongere generatie is verder opgegroeid met het internet waardoor een gigantische hoeveelheid informatie beschikbaar werd, en heeft ook geleerd meningen te ventileren op Facebook, Twitter, allerhande fora, en daarover in discussie te treden met horende mensen. Ze heeft ook geprofiteerd van toenemende mobiliteit en vooral van meer mogelijkheden tot internationale contacten. Daardoor verblijft iemand al eens in het buitenland, ziet hoe het er daar aan toegaat, komt in contact met andere visies en mogelijkheden. Toch verklaart deze kloof niet alles, want er zijn ook jonge doven die ongeveer zo denken als de oudere generatie.
2° Opleidingskloof: een deel van de jongere generatie heeft geprofiteerd van bepaalde verwezenlijkingen bvb. tolkuren binnen onderwijs, waardoor de deuren tot het hoger onderwijs zijn open gegaan. Dat wil niet zeggen dat de oude generatie afgeschreven moet worden, helemaal niet, zij hebben bepaalde kennis en ervaringen die van onschatbare waarde zijn. Het wil ook niet zeggen dat dove mensen met een diploma het per definitie “beter” zouden weten. Toch heeft het verschil in opleiding gezorgd voor een bepaalde kloof waarbij de ene kant soms niet begrijpt waar de andere kant het over heeft. Het verschil in visie valt dus ook vaak (maar niet altijd) samen met een verschil in opleiding.
3° Zwart-wit denken van sommigen (en niet alleen de oude generatie): “horenden hebben allemaal een gemakkelijk leven”, zei iemand van die oude generatie me letterlijk. Ik heb een keer gecheckt of hij daar echt van overtuigd was. Ja, dat was hij. Alsof horende mensen allemaal al hun kansen op een gouden schotel krijgen aangeboden en zonder enig problemen door het leven flaneren. Dat is een bekrompen visie waar ik het heel moeilijk mee heb. Ik ontken niet dat dove mensen in deze op horen gebaseerde maatschappij bepaalde barrières tegenkomen waar horende mensen niet of minder mee te maken hebben, maar het afdoen als “alle horenden hebben het gemakkelijk en alle doven hebben het moeilijk” is bijzonder kort door de bocht. Zie ook n°6.
4° Pessimistische visie vs. optimistisch-realistische visie: hangt nauw samen met n°1 en n°2. Doof-zijn de schuld geven van veel wat er mis gaat in je leven vs. beseffen dat je soms bepaalde beperkingen hebt maar maar dat je daar oplossingen voor kan zoeken, en dat je voor bepaalde kansen net zo hard moet werken of vechten als horenden. Maar ook deze visie van de oudere generatie is deels te begrijpen: zij hébben nu eenmaal minder kansen gekregen en vaak net omwille van het feit dat ze doof waren. Voor de jongere generatie is lang nog niet alles rooskleurig maar zij kijken daar soms anders tegenaan.
5° Andere levenskeuzes: de oude generatie investeerde veel tijd in bestuur van dovenclub, Fevlado, .. De jongere generatie vindt dat ook belangrijk maar maakt daarnaast bijkomende keuzes die de oudere generatie in hun tijd vaak nog niet kon maken: bvb. verder studeren, in het buitenland gaan studeren/werken, .. Iedereen heeft ook een andere manier om zijn bijdrage te leveren, niet iedereen doet dat via een bestuursfunctie of vindt zichzelf daar de geschikte kandidaat voor. Ook tijdsgebrek is een probleem, en het feit dat het grootste deel van de verantwoordelijkheid gedragen wordt door een kleine groep mensen. Anderzijds, voor het bestuur van het VGTC konden er wel 8 nieuwe dove bestuursleden gevonden worden, anders ook niet bepaald mensen met te veel tijd. Dit heeft wellicht te maken met het feit dat de visie van het VGTC duidelijk is, en die van Fevlado -op dit moment- niet.
6° Oogkleppen. Op Facebook wordt de discussie opnieuw vernauwd tot de vraag “handicap of taalminderheid”. Dat was een uitgangsvraag voor een debat bij bestuur en experten van Fevlado, een aantal jaar geleden, en dat was toen goed bedoeld maar achteraf bekeken een foute, zwart-witte vraag. Toch blijven we daarin vastzitten, en draaien we kringetjes. Het is tijd voor een debat dat veel ruimer gaat dan steeds dezelfde vraag over handicap-taalminderheid, over wat je met uitkeringen kan doen en waarom je daar recht op zou hebben. Ondertussen wordt horende ouders afgeraden om VGT te leren, bestaat VGT doe mee niet meer, krijgen dove kinderen nog altijd geen gelijke onderwijskansen, zien ouders soms geen andere mogelijkheid dan hun doof kind al in de peuterschool naar een horende school te sturen, is VGT nog altijd maar beperkt te zien op tv, worden er maar heel weinig dove films gemaakt, is er geen opleiding voor dove tolken, kan de opleiding voor horende tolken veel verbeteren,en ga zo maar voort. En wij maken ons druk over de zin en onzin van uitkeringen, en of het nu of handicap of taalminderheid is, of alletwee. Wordt het geen tijd dat we die oogkleppen afdoen?
Ik zie vast nog dingen over het hoofd, het gaat immers over een complexe wirwar van redenen. Uw comments zijn van harte welkom. Wees vriendelijk voor elkaar.